backgroundtop
Logo van deschouders.nl
     facebook twitter  
banner
Label DeBlessure.nl
DE HEUP / HEUPDYSPLASIE

<a href="http://adobe.com/go/getflashplayer"><img src="http://www.adobe.com/images/shared/download_buttons/get_flash_player.gif" alt="Get Adobe Flash player" /></a>

HEUPDYSPLASIE

Bij heupdysplasie zit de heupkop wel op de juiste plaats, maar is de heupkom (en soms ook de heupkop) onvoldoende ontwikkeld. Hierdoor wordt de heupkop onvoldoende door de heupkom bedekt.

HEUPDYSPLASIE BIJ VOLWASSENEN

Symptomen heupdysplasie

Pijn in onderrug/lies/bilstreek, spierpijn bovenbeen, pijn bij langzaam wandelen, startpijn

Onderzoek en diagnose bij heupdysplasie

röntgenfoto met aan de hand daarvan een hoekmeting

Conservatieve behandeling heupdysplasie

Fysiotherapie, manuele therapie, mensendieck

Operatieve behandeling heupdysplasie

Kijkoperatie (heuparthroscopie), osteotomie, heupprothese, pseudartrose / Girdlestone operatie, artrodese

HEUPDYSPLASIE BIJ BABY’S

Onderzoek en diagnose bij heupdysplasie bij baby’s

Direct na de geboorte wordt er op heupdysplasie onderzocht, meestal bij consultatiebureau. Vervolgens kan er door middel van een echo worden gediagnostiseerd.

Behandeling heupdysplasie bij baby’s

Centreren van de heupkop in de heupkom, vervolgens in deze positie gefixeerd.


 

Heupdysplasie, ook wel ontwikkelingsdysplasie genoemd, is de meest voorkomende aangeboren afwijking. Het komt bij ongeveer 2 procent van alle baby’s voor en het komt vier keer zo vaak bij meisjes voor als bij jongens.

Bij heupdysplasie zit de heupkop wel op de juiste plaats, maar is de heupkom (en soms ook de heupkop) onvoldoende ontwikkeld. Hierdoor wordt de heupkop onvoldoende door de heupkom bedekt. Het gewricht werkt niet goed en hierdoor kunnen pijnklachten bestaan en is er een verhoogde kans op slijtage (artrose) van het heupgewricht.

Het is onduidelijk wat de oorzaak van heupdysplasie is. Het is bekend dat de afwijking veel vaker bij meisjes dan bij jongens voorkomt. Daarnaast is het mogelijk dat erfelijke invloeden van belang kunnen zijn. Ook is het mogelijk dat de ligging van de baby in de baarmoeder van invloed kan zijn. Hierbij komt de heupdysplasie iets vaker voor bij baby’s in een stuitligging. In hoeverre na de bevalling de afwijking door bepaalde houdingen kan verergeren is niet helemaal duidelijk.

Er is een grote variatie waarop de heupdysplasie zich tot uiting kan brengen. Er zijn indelingen die op basis van de graad van instabiliteit gemaakt zijn of op basis van het gedeelte van de heup dat is aangedaan.

De graad van instabiliteit betekent de mate waarop de heupkop uit de kom is of hoe makkelijk hij uit de kom geplaatst kan worden.

Bij de heupluxatie bevindt de heupkop zich volledig buiten de heupkom. Vaak is hierbij een verband te trekken met de rekbaarheid of laksheid van de gewrichtsbanden in andere delen van het lichaam.

Bij de luxabele heup gaat de kop van het heupgewricht gemakkelijk uit de kom van het bekken.

Bij de subluxerende heup bevindt de kop van het heupgewricht zich niet op de juiste manier in de kom, maar is er contact tussen het kraakbeen van de heupkop en dat van de heupkom. De heupkop gaat dus niet helemaal uit de kom.

meniscusscheuren.jpg

 

Een indeling naar de mate waarin het gedeelte van het heupgewricht aangetast is, is de volgende:

De meest voorkomende vorm is de acetabulaire dysplasie. Hierbij is de kom van het heupgewricht aangetast.

Er wordt over een femorale dysplasie gesproken als de kop van de heup is aangedaan. Deze vorm van dysplasie kan op zichzelf staand voorkomen of in combinatie met een acetabulaire dysplasie.

De combinatie van een dysplastische heupkom in een dysplastische heupkop wordt een dysplastische heup genoemd.

 

Heupdysplasie bij volwassenen

 

Symptomen heupdysplasie bij volwassenen

Er zijn een aantal symptomen die veel voorkomen bij heupdysplasie. Hierbij kan er pijn in de onderrug, liesstreek of bil aanwezig zijn. Daarnaast kan er spierpijn het bovenbeen zijn en uitstralende pijn naar de knie. Het is bekend dat er pijn is bij langzaam wandelen (slenteren) en er kan startpijn aanwezig zijn. Daarnaast kan het lopen moeilijker gaan en kan er compensatie aanwezig zijn, waarbij er mank gelopen kan worden. De heup wordt minder beweeglijk en er kan instabiliteitgevoel (het gevoel van doorzwikken) aanwezig zijn.

 

Onderzoek en diagnose bij heupdysplasie bij volwassenen

De mate van dysplasie kan beoordeeld worden aan de hand van rontgenfoto’s van het bekken. Voor deze berekening kan de orthopedisch chirurg maken van de CE-hoekmeting (Centre-Edge). Hierbij wordt de hoek tussen een verticale lijn en een lijn die vanaf het midden van de heupkop naar de rand van de heupkom gaat gemeten. Hoe kleiner deze hoek is, hoe ondieper de heupkom en hoe erger de heupdysplasie. Bij een normale heup is deze hoek 20-25 graden.

Naast de CE-hoek meting worden er ook ASA en PASA metingen gedaan. Deze meten elk een ander gedeelte van de heupkom om de mate van de dysplasie te bepalen. De mate van dysplasie (licht, matig of ernstig) zegt niet altijd iets over de mate van (pijn)klachten die de patiënt ervaart. Er zijn (jonge) volwassenen die een zeer lichte vorm van dysplasie hebben, maar desondanks toch veel klachten ervaren, terwijl een ander met een ernstige vorm mogelijk klachtenvrij is.

 

Conservatieve behandeling heupdysplasie bij volwassenen

Als de heupdysplasie vroeg ontdekt wordt bestaat en de juiste behandeling wordt gestart is het een aandoening die helemaal genezen kan worden. Als de heupdysplasie echter niet op babyleeftijd wordt ontdekt kan dit op jonge leeftijd al klachten geven en /  of kan dit op latere leeftijd leiden tot slijtage van het heupgewricht. Daarnaast is een operatie niet altijd nodig bij een lichte vorm van dysplasie en als er weinig klachten aanwezig zijn. Het kan dan verstandig zijn af te wachten en het beloop door middel van rontgendiagnostiek te volgen. Fysiotherapie, manuele therapie en mensendieck (houdingstherapie) kunnen dan een bijdrage leveren aan de beweeglijkheid van de heup en de spierfunctie om de heup heen.

 

Operatieve behandeling heupdysplasie bij volwassenen

Als er veel klachten aanwezig zijn of er is sprake van een ernstige vorm van dysplasie, dan kan een operatie noodzakelijk zijn. Elke operatie heeft als doel om de omringende spieren en de druk op het kraakbeen te verminderen door de overdekking van de heupkop te verbeteren. Als er sprake is van slijtage (arthrose) als gevolg van de dysplasie, dan is de kans van slagen van een dergelijke operatie kleiner.

 

Er zijn een aantal mogelijkheden om de heupdysplasie operatief te behandelen.

 

Heuparthroscopie

Bij de kijkoperatie (heuparthroscopie) worden via een paar kleine gaatjes een camera in de heup aangebracht zodat het gewricht geïnspecteerd kan worden. Losliggende fragmenten kraakbeen kunnen worden weggespoeld en mogelijk kraakbeenletsel kan worden behandeld. Het is mogelijk dat de kraakbeenring (het Labrum) die de kom eigenlijk een extra diepte geeft uitgerekt en / of gescheurd is. Het herstellen van het Labrum is bij een dysplastische heup niet mogelijk. Hierbij kan een osteotomie een betere mogelijkheid zijn.

 

Osteotomie

Er worden twee soorten osteotomie beschreven ter behandeling van dysplasie. Osteotomie betekent letterlijk ‘het doorsnijden van het bot’. De bekkenosteotomie (GANZ-osteotomie) wordt met name toegepast wanneer de kom in het bekken te ondiep is en daardoor niet in staat is om de heupkop op een correcte manier te omvatten en te overdekken. De procedure maakt dus gebruik van de eigen dysplastische heup die gecorrigeerd wordt. De kom kan met de huidige technieken verplaatst of zelfs vergroot worden. Het enige probleem zou zijn dat beschadigd kraakbeen niet behandeld kan worden hiermee. Door een grotere bedekking van de heupkop te bewerkstelligen worden de krachten beter verdeeld over een groter kraakbeenoppervlak en kan de abnormale slijtage tegengegaan worden. De heup heeft hiermee ook niet meer de neiging tot instabiliteit.

Het bot rond de kom van het bekken moet in verschillende richtingen doorgezaagd worden en is daarmee een ingrijpende procedure. In feite wordt de kom van het heupgewricht met een rand er omheen uit het bekken gesneden en verplaatst . Als alles is losgemaakt zal het botfragment zodanig worden gedraaid dat een zo gunstig mogelijke bedekking van de heupkop verkregen wordt. De correctie kan dus mogelijk in meerdere richtingen uitgevoerd worden. Wanneer de gewenste correctie verkregen is worden de botfragmenten met schroeven opnieuw tegen elkaar gezet. Deze botelementen groeien op deze manier vast zoals een breuk zou genezen.

Bij de femorale osteotomie (intertrochantere osteotomie) wordt een correctie van de hoek van de hals van het bovenbeenbot (femur) uitgevoerd. Dit maakt dat de heupkop zich beter kan centreren in de heupkom. Een dysplastische heup staat meestal te steil rechtop. Door een stuk bot aan de binnenzijde weg te nemen kan de stand van de heupkop veranderd worden waardoor de heupkop beter in het midden van de heupkom terecht komt. In sommige gevallen wordt de rotatie aangepast. Deze kan naar voren of naar achteren gedraaid worden om op deze manier een betere bedekking te krijgen. Vervolgens wordt er een driehoekig stukje bot weggenomen. Voordat de ingreep plaatsvindt, wordt door middel van röntgenopnames uitgemeten in welke hoek de stand van de heup moet worden gecorrigeerd. Wanneer het bot is weggenomen worden beiden stukken tegen elkaar gebracht en vervolgens vastgezet zodat deze aan elkaar kunnen vastgroeien.

 

Heupprothese

Als de pijnklachten in het geval van de secundaire artrose bij de dysplastische heup zo ernstig worden dat een operatieve ingreep moet worden overwogen is de heupprothese een mogelijke oplossing. Meer informatie over deze ingreep is te vinden bij Het Kraakbeen

 

Pseudartrose / Girdlestone-operatie

Het creeren van een pseudartrose of de Girdlestone-operatie houdt in dat de heupkop verwijderd wordt, maar niet wordt vervangen door een prothese. Over het algemeen is dit een noodoplossing als er bijvoorbeeld sprake is van een bacteriele infectie of in het geval de hoeveelheid bot in het bekken en in het femur niet toelaten om een prothese te plaasten of een artrodese uit te voeren. Deze procedure houdt in dat er een aanzienlijke verkorting van been optreedt en de stabiliteit niet optimaal is. Om te kunnen lopen heeft de patiënt minimaal één kruk nodig.

 

Artrodese

Een artrodese of het vastzetten van het heupgewricht is tegenwoordig een ingreep die nog maar een beperkte indicatie heeft. Het is wel een effectieve methode om pijn te bestrijden, maar gezien de huidige levensbehoeften van de patiënten wordt deze ingreep vaak moeilijk aanvaard. Bij deze ingreep wordt het kraakbeen van zowel de heupkop als de heupkom verwijderd. Vervolgens worden beide botoppervlakken tegen elkaar gezet en gefixeerd zodat ze met elkaar gaan vergroeien. Een artrodese kan in een later stadium worden omgezet naar een totale heupprothese.

 

Heupdysplasie bij baby’s

 

Onderzoek en diagnose bij heupdysplasie bij baby’s

Baby’s worden direct na de geboorte onderzocht omdat het belangrijk is dat heupdysplasie in een vroeg stadium ontdekt wordt. Deze onderzoeken vinden bijvoorbeeld op consultatiebureaus plaats. Als de arts afwijkingen vermoedt, dan zal deze aanvullend onderzoek doen waarbij echografie al in de eerste maanden na de geboorte verricht kan worden. Bij het vermoeden van heupdysplasie moet in ieder geval een röntgenfoto gemaakt worden. Al levert dit echter meestal pas na de 3e levensmaand voldoende gegevens op. Als er sprake is van een heupkop die al uit de kom is (heupluxatie) en deze niet zomaar teruggeplaatst kan worden, wordt er vaak een röntgenfoto met contrastvloeistof (arthrogram) gemaakt om te beoordelen of er weefsel tussen de kop en de kom zit dat het terugplaatsen kan verhinderen.

 

Behandeling heupdysplasie bij baby’s

De behandeling dient te beginnen zodra een heupdysplasie wordt geconstateerd. Meestal is dit in de leeftijdsfase van 3 tot 6 maanden. Onder de leeftijd van 3 maanden geneest heupdysplasie vaak spontaan en is er dus geen behandeling noodzakelijk.

Bij een heupluxatie wordt het kind gedurende enkele weken voor tractie waarmee de heup meestal weer in de kom kan worden gebracht opgenomen. De tractieperiode duurt ongeveer 4 weken omdat het proces zeer geleidelijk verloopt. De heupjes en de pezen worden met gewichten voorzichtig opgerekt zodat na enkele weken de heupkop soepel in de kom kan glijden. Deze behandeling is niet pijnlijk. Het kind zal voor de tractiebehandeling worden opgenomen in het ziekenhuis. De behandeling begint met tractie in de lengterichting en bestaat uit het geleidelijk buigen van de benen in de heupen totdat de benen recht omhoog wijzen. Dan wordt er vervolgd met het geleidelijk spreiden van de benen totdat de benen volledig gespreid zijn.

Ongeveer 95% van de heupjes gaat op deze manier, zonder operatieve ingrepen, terug in de kom. Na de tractieperiode wordt er een nieuwe röntgenfoto gemaakt om te kijken of de heupkop inderdaad weer in de kom zit. Als dat het geval is wordt er op de operatiekamer een gipsbroek (ook wel bekkengips genoemd) aangelegd.

De behandeling van heupdysplasie bestaat uit het centreren van de heupkop in de heupkom. Deze positie wordt vervolgens gefixeerd door middel van een spreidbroek zodat de kom zich dieper kan ontwikkelen. Hiervoor worden de beentjes met klitteband in spreidstand gehouden met behulp van een spreidbeugeltje. Het is meestal 23uur per dag noodzakelijk dit te dragen. Bij het kleden of baden van het kind mag de beugel worden afgedaan tenzij de arts andere instructies geeft. Indien het kind in deze spreidstand veel met de beentjes trappelt ontstaat er door intensievere druk van de heupkop in de heupkom een groeiprikkel. Hierdoor zal de vlakke heupkom een beter dak boven de kop vormen. De behandeling doet geen pijn en het kind wordt door de bandage niet in de ontwikkeling geremd.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL